De dagen worden korter en naarmate we dichter bij het einde van het jaar komen daalt de temperatuur elke week een klein beetje. Genoeg redenen voor veel wielerliefhebbers om de racer enkele maanden ‘aan de haak’ te hangen. Zo niet een flinke groep veteranen van ’t Goei Smoesje. Ik zal een aantal eens voorstellen: Jos, Cor, Ton (2x), Toon, Wil (2x), Jan (3x), Marc, Fred. Het valt onmiddellijk op dat het zonder uitzondering om monosyllaben gaat. Er zijn wel oude knarren waarvan de naam uit twee lettergrepen bestaat: Gerard, maar dat wordt Grad, Marien (M’rien), René (R’né) en Leo (korter kan niet). Het is niet dat Bas-Xerxes, Florysch-Tobyaz en Nathaniël niet welkom zijn, wij stammen nu eenmaal uit een periode waarin gezinnen groot en namen klein waren…
Zijn het mannen van de gestampte pot, knoesten die, zoals hun naam doet vermoeden, zo uit de klei getrokken zijn? Nou, ik moet zeggen dat als we stilstaan na het commando “LEK” en de buitenband gecontroleerd moet worden op onregelmatigheden sommigen zulke eeltige handen blijken te hebben dat ze het nog niet voelen als er een heel spijkerbed doorheen steekt. Gelukkig zijn er ook lieden zoals ik wiens handen slechts het gebruik van een pen, telefoon of een pc gewend zijn. Wij worden ingezet voor het fijngevoelige werk om het euvel op te sporen, om vervolgens met een bloedende hand, opengehaald aan een miniem stukje glas, de weg te kunnen vervolgen. (De tijd dat de handen van een lesgevende werden gehard door het uitdelen van oorvijgen aan balsturige leerlingen ligt ver achter ons. Ik herinner me wel dat in de periode dat ik als leerling de lagere school (thans: basisschool) aandeed er een leraar was die, zoals ie het zelf benoemde, ‘kinderbijslag’ uitdeelde. Zoals ik al zei, dat is allemaal voltooid verleden tijd en dat is maar goed ook!)
Ondertussen ben ik wat afgedwaald van mijn onderwerp, namelijk het aanzicht van de groep veteranen die ’s morgens nog in het halfdonker op pad gaat voor een tochtje op de racefiets bij temperaturen van net iets boven nul. Getooid met lampjes om het achteropkomende verkeer te waarschuwen, soms zelfs in de helm, en fluorescerende overschoenen en dito handschoenen om toch maar goed op te vallen gaan zij op pad. Het geheel doet denken aan een rijk opgetuigde kerstboom, temeer omdat er lampjes te zien zijn op de kuiten en bij de handen. Lichtjes die de aanwezigheid van verwarmde sokken en handschoenen verraden. Om het beeld compleet te maken tonen de mannen zilverachtig engelenhaar, dat zichtbaar is als de helmen worden afgezet. Of dat van een kerstbal, al naargelang de haargroei natuurlijk. Niet onbelangrijk is dat ieder, zonder dat voortdurend uit te dragen, herinneringen aan gebeurtenissen met grote emotionele waarde met zich draagt, waardoor het beeld van Joris’ kerstboom aan me wordt opgedrongen.
Tijdens de pauze zijn er wel eens hartverwarmende verhalen over hoop en liefde te horen, net als hartverscheurende over mensen die het niet zo getroffen hebben in het leven. Niet te lang, want dan gaat Joris’ mobiele kerstboom weer in een mooi tempo over de Brabantse en Gelderse wegen richting Middelrode. Lampjes aan en maar hopen dat niemand lek rijdt…
Jan Coppens