Mont Ventoux september 2009
Om 6.00 uur staat de delegatie “Gastenberg” vol ongeduld te wachten op de twee nog ontbrekende leden van “expeditie Mont Ventoux”. Iedereen die nog door het enthousiaste gekakel heen heeft kunnen slapen wordt abrupt uit zijn dromen gehaald als Jos luid claxonerend de hoek om komt. We hebben weer wat uit te leggen als we teug zijn…
Gelukkig zijn we niet veel later op weg. Met zijn negenen opeengepakt in twee auto’s, fietsjes achterop de auto met uitzondering van de Red Bull van Rini. Dat blijkt een goede zet: nog vóór we het land uit zijn hebben we een fikse bui te pakken en zijn de vier blinkende tweewielers weer precies als vóór het poetsen.
De reis verloopt voorspoedig al blijken de klimcapaciteiten van de vierwielers precies tegengesteld aan die van hun fietsende chauffeurs. In Pont de Barret worden we met open armen ontvangen én met een koel pilsje én even later met een heerlijke maaltijd. Licht rozig zoeken we nog vóór middrnacht ons bedje op.
De eerste twee dagen probeert Jos de aanvalslust en dadendrang te temperen met “we doen het rustig aan” en “jongens, we laten vandaag alleen maar de beentjes vallen, meer niet”. Hij heeft buiten Marc gerekend: als een koe die in het voorjaar weer voor het eerst de wei in mag spurt hij tegen hellingen dat het een lieve lust is. Maar op het moment dat zelfs hij de benen spaart komt dan plotseling Rini (ja hij) voorbij snellen om daarmee de zaak weer aan het schijten te brengen… Bij terugkomst worden de kooldraten snel aangevuld en de dorst gelest met hetzelfde drankje uit een koud, groen flesje. Kortom, we hebben ons lekker uitgeleefd in een fraai landschap en nog gefietst ook. De meegereisde dames hebben de benen flink laten werken tijdens fraaie wandelingen in de buurt, al dient gezegd dat door de mist boven in de bergen de eerste dag niet veel zichtbaar was van dat fraaie landschap. Later zou dat ruimschoots goed gemaakt worden.
Dinsdag is dan de dag waarop het moet gaan gebeuren: drie maal naar de top van de Mont Ventoux. Wat later dan gepland vertrekken we vanuit Malaucène naar de top op 1910 meter hoogte. Het duurt niet lang voordat het veld uiteengeslagen is en ieder op zijn eigen manier de strijd aangaat tegen de zwaartekracht. Het is een fantastische klim, ruim 21 km tegen gemiddeld zo’n 7,4%. Op de top blijkt dat we een geweldige dag hebben uitgezocht voor onze missie: het is er warm en –vooral- er is weinig wind. Toch even mouwstukken aan en een windjackje voor de afdaling naar Bédoin. Heerlijk, alleen al die ploeterende mensen die je tegen komt en de wetenschap dat je even later één van hen zal zijn is wat minder. In Bédoin is het doorfietsen tot aan de put en tot verbazing van enkele Fransen rechtsomkeer voor 21,5 km tegen gemiddeld 7,5%. De warmte begint zijn tol te eisen en ik zet me op rantsoen wat het water betreft. Bij Chalet Reynard (6 km voor de top) staat echter een auto met flessen water en kunnen de bidons weer gevuld worden. Óp voor het laatste stukje naar de top. Het laatste rechte stuk hoor ik van boven Rian roepen. Ik blijk nog niet te hallucineren en hoewel ik altijd iets engelachtigs aan haar heb gevonden staat ze gewoon met beide benen op de grond naast het bordje dat de top van de berg aangeeft. De dames hebben een wandeling naar de top gemaakt en zien me naar boven zwoegen. Van het ene moment op het andere loopt het plotseling wat soepeler en sta ik in no-time op de top te vertellen dat het allemaat een eitje is. De uitdrukking op mijn gezicht is niet geheel in overeenstemming met die “op de borst-klopperij” maar daar zie ik zelf niets van. Helaas wordt die wel vastgelegd in nullen en énen van de fotocamera en kan ik nog dezelfde avond in de ogen kijken van een uitgewoonde mijzelf…
Het mag de stemming niet drukken, er wacht een afdaling en wel naar Sault. De eerste 6 km gaan fantastisch, maar dan loopt het niet meer zo steil naar beneden en moet er zowaar getrapt worden. Het laatste stukje naar Sault loopt zelfs iets omhoog! Omkeren en opnieuw naar de top: 25,9 km tegen 4,4%. Minder zwaar, maar de kilometers beginnen te tellen en de vliegen zijn talrijk en actief. Even pissen wordt knap lastig. Over pissen gesproken: hoe zou het toch gaan met Jos? Onderweg naar de top kom ik ze één voor één tegen en kan ik ze bekijken. Marc heeft het zwaar, een kramp speelt hem parten. Ben maakt een fitte indruk en zit niet zo ver achter Marc. Even later komt Jos en probeert tegen beter weten in de eer van het “Specialized-team” te redden. Maar geen Rini. Bij Chalet Reynard blijkt dat hij het vanuit Bédoin hier voor gezien heeft gehouden. Als zeevaarders die ten tijde van Odysseus aangetrokken werden door het gezang van de Sirenen en hun schip tegen de rotsen te pletter lieten lopen, zo is Rini gezwicht voor de aanlokkende vooruitzicht om met de dames op het terras te gaan zitten genieten van het fraaie weer en een koud drankje.
Het is nog enkele kilometers klimmen en dan wacht een fantastische afdaling: brede wegen en flauwe bochten. Het gaat hard tot onder in Malaucène en dan is het plotseling afgelopen. Ik vlei me neer op het terras en ga zitten genieten: van de zon, van de mensen die langs kuieren, van mijn café au lait, maar vooral van de ervaringen van vandaag. Als de anderen er zijn is het een gekakel van jewelste en vertellen we allemaal ons eigen verhaal: hoe zeer het heeft gedaan, hoe fraai de uitzichten waren, hoe zeer het heeft gedaan, hoe ge-wel-dig de afdalingen waren, hoe z… We hebben er lang naar uitgekeken, maar het was voor ieder van ons een prachtige dag.
De laatste dag wordt er nog wat (stevig) gewandeld en volgt in de middag nog een laatste tochtje op de fiets. Terwijl Ben in de keuken Hans en Marie-José assisteert (of is het andersom?) om een heerlijke maaltijd op tafel te krijgen maken we nog een ommetje om de beentjes te ontspannen. Tót we op Rini zijn geliefde terrein komen (vals plat omlaag) en onze nestor er vandoor gaat. Ik zie Marc gniffelen als ie er volle bak achteraan én eroverheen gaat. Ik kan nog net in zijn wiel komen, maar moet een stukje verder lossen. Gelukkig loopt even later de weg weer omhoog en gooi ik mijn gewicht in de strijd (of beter: het ontbreken ervan) en kom ik op mijn beurt gniffelend naast hem rijden. Vanaf dan is het echt uitrijden. Er wacht ons een voedzame en muzikale maaltijd (Ben staat ook als gitarist zijn mannetje) en na de laatste glazen rode wijn is het gedaan met de pret.
Komt er nog een keer? Nog eens die bult op? De uitdaging om hem drie maal te bedwingen is er niet meer, maar wie weet. Ik houd jullie in elk geval op de hoogte.
Jan
i.s.m. Marc, Rini, Ben en Jos |