La Marmotte 2006

8 juli 2006, Marmotte! Het is al weken (maanden) lang prominent aanwezig aan de binnenkant van mijn hoofd, zo duidelijk dat ik bang ben dat het aan de buitenkant te lezen kan zijn. Bij Jos is dat volgens mij al het geval: de woorden Marmotte, Galibier en Alpe d'Huez staan in neonverlichting te flikkeren op zijn voorhoofd. In elk gesprek weet hij binnen drie zinnen het onderwerp op deze tocht te brengen en zijn enthousiasme aan anderen over te brengen.

De Marmotte dus. Geïnspireerd door verhalen van clubgenoten van 't Smoesje die deze tocht vorig jaar hebben gereden besluiten we begin 2006 dat op onze fietsen niet voor niets een tripel is gemonteerd en dat die Alpen er voor gemaakt zijn om het gebruik ervan eens danig op de proef te stellen. Inspiratie alleen is echter niet genoeg, er moet ook flink getraind worden! Op internet zijn heel wat trainingsschema's te vinden; een aantal lijkt wel een wetenschappelijke verhandeling en andere gaan uit van vier tot vijf trainingen per week. We besluiten echter op het gevoel te gaan fietsen en niet geremd door enige kennis van hartslagfrequenties, omslagpunt en VO2 max, maar wel met ervaring in duursport en heel veel zin gaan we er iets moois van te maken. Althans, dat zeggen we tegen elkaar. Zo beginnen we aan het voorjaar dat in mijn geheugen qua weer zijn gelijke niet kent. Elke keer maken we ons wijs dat de regen, kou en wind ons alleen maar sterker maakt, in elk geval mentaal sterker…

Te snel is het dan juli en begint de zon te schijnen. We zitten op een camping in Rochtaillé en het is er vergeven van de fietsers. Eindelijk een plaats waar ik qua postuur niet opval! Een gesprek aanknopen is makkelijk, er is een grootst gemene deler: de Marmotte. Jos maakt de eerste avond zo'n gesprekje: "En, al vaker meegedaan? Ja, dit wordt de tweede keer. En? Best wel zwaar! Wat heb je dan gereden vorig jaar? 6.42." Gefrustreerd na dit contact met deze jongeman die we "snelle Henkie" dopen vraagt hij zich af waarom hij nou net zo iemand moet aanspreken en niet één van die velen die er 11 uur of nog meer over doen. Best wel zwaar, allicht!

Na trainingsritjes eerder in de week, zwempartijtjes en uitstapjes met de familie is het eindelijk zaterdag. We zetten ons om half zes aan een gigantisch bord pasta en proppen zoveel in de zakken van ons shirt dat het net niet over het achterwiel schuurt. Mueslirepen, vloeibare voeding en pannenkoeken met (iets te veel) stroop, het gaat er allemaal in.

In colonne rijden we van de camping naar Bourg d'Oisans en merken op dat de weergoden ons goedgezind zijn. Jos zorgt in ten minste vijf lozingen dat zijn blaas geen drupje meer bevat. Zelfs op het moment dat er bijna gereden kan worden (bijna 25 minuten na het startschot) vraagt hij mij om zijn fiets vast te houden zodat hij nog eens "uit de broek kan".

De adrenaline zorgt ervoor dat we in woensdagavond-tempo (stuk Maren Kessel - Nuland) de eerste kilometers afleggen. De familie groet ons nog als we de camping passeren (dat ze ons herkennen in die meute!) en we gaan richting Glandon. Bij het eerste "zigzagje" wensen we elkaar sterkte en gaan ervoor, ieder in het eigen klimtempo. Nu heb ik eindelijk eens voordeel van mijn lichaamsbouw, 65 kg bij 190 centimeter, goed voor een BMI van 18,0! Het gaat geweldig, maar ik neem me voor om niet te hard van stapel te gaan. Om met Joop Zoetemelk te spreken: Parijs (lees: de top van Alpe d'Huez) is nog ver. Op de top van de Glandon is het een gezellige drukte, althans dat denk ik in eerste instantie. Een hele meute staat verzameld rondom de bevoorradingsposten, maar er zit niet veel beweging in. Al snel blijkt dat het ook niet mogelijk is om naar beneden te suizen. Er is een zwaar ongeluk gebeurd in de afdaling en pas als de gewonden (latere berichten spreken ook van een dode) zijn afgevoerd wordt de weg vrij gegeven. Ik ben weggegaan om "het te halen", maar in het achterhoofd is ook de gedachte aan "goud" latent aanwezig.
Na meer dan een uur wachten zie ik onder me de eerste fietsers door de bocht gaan en een kwartiertje later geeft ook mijn fietscomputertje een ander getal dan 0. Eindelijk het geluid van zoevende bandjes! Het idee om thuis te komen met een "brevet d'Or" kan ik gevoeglijk vergeten, maar zoals één van de wachtenden het treffend formuleerde: ik sta liever te wachten dan er hier op mij wordt gewacht. Een knap staaltje relativeringsvermogen!
Na de afdaling volgt het "vlakke" stuk naar de Télégraphe. Ik kom in een groepje met op kop en gedrongen man op een gele Giant. Het is toch zeker niet … Nee, ik zie geen accessoires aan de helm en hoor niet op gezette tijden een strijdkreet om het enthousiasme te "verwoorden". Het is niet onze vrolijke tuinman, maar hij laat het groepje wel lekker doorrijden naar de Télégraphe. Lekker bergje en ik voel me prima; het is één grote inhaalpartij. Op dat moment moet ik denken aan Jos. Hoe zou het zijn? Hij zal toch inmiddels ook wel weg zijn van de Glandon? Ik wil een schietgebedje voor hem doen, maar besluit ermee te wachten tot de top van de Galibier. Ik hou van korte lijnen! Nog geen tien seconden later zie ik tot mijn grote verbazing iemand in het shirt van 't Smoesje voor me. Het is Jos!!! Hij is op de Glandon over het gras, over de berg naar voren gelopen en net op het moment dat hij vooraan komt worden de eerste fietsers doorgelaten. Hij zegt dat ie ongeveer een kwartier heeft verloren, de schurk! Het is een vreemde ervaring om iemand vóór je zien ,terwijl je zeker weet dat ie achter je zit. Ik kan je verzekeren dat je op zo'n moment gaat twijfelen aan je waarnemeningsvermogen dan wel de toestand van je geestelijke gezondheid. Het is wel fantastisch om elkaar halverwege plotseling te kunnen spreken.
Het gaat verder in eigen tempo. Op naar de Galibier. Fantastisch!!! Maar ook fantastisch zwaar de laatste kilometers. In de afdaling kom ik in een groepje dat er flink de sokken in zet en me naar de voet van de Alpe d'Huez brengt. Als ik de bocht naar rechts maak hoor ik mijn naam roepen, het zijn Rian (mijn vrouw) en Elma (mijn zus, vrouw van Jos). Even een praatje! Wat "mental talk" van de dames doet me goed, maar het wordt desondanks afzien zoals ik nog nooit heb gedaan. Het zweet drupt niet van mijn hoofd, maar er is een straaltje van mijn neus naar mijn fiets. Mooi denk ik nog, kan die plakzooi van Isostar er een beetje mee wegspoelen. Daarna denk ik niets meer tot ik over de streep ben en neerplof en de eerste gedachte is "nooit weer".
"Tien uur tien" staat er op het papiertje dat ik na een kwartiertje krijg, en ook: "Brevet d'Argent". Jos is dan nog aan het ploeteren. Hem wacht dezelfde "mental talk" onder aan de Alpe, aangevuld met koeken, banaan en cola. Het tekent zijn doorzettingsvermogen als hij dan om 17.15 uur nog aan de beklimming begint. Een jaar geleden was 100 km nog een barrière waar hij doorheen moest en nu gaat ie na 160 km nog aan de 21 bekendste bochten uit Europa beginnen. Klasse! Na 11.48 uur is het ook voor hem gedaan. Wat een ervaring!

Nu rijden we weer onze rondjes in de polder en het verlangen is er nu al om volgend jaar iets recht te zetten. Het is bovendien mijn laatste kans om zoals Jos het treffend weet te formuleren: "Niet met een watjes-tijd goud te halen, maar met een mannentijd." Daar kan ik het mee doen als Abraham in spé. De gedachte boven op de laatste berg van de Marmotte is verdrongen, de blik kan weer naar voren worden gericht. Of zoals onze tuinman het zou zeggen: JIE-HA!!!

Jos Cooijmans
Jan Coppens